Gert Tinga close upDe soepbus rijdt nu een week of twee rond met deze aanpassingen. En die zijn hard nodig, volgens Gert. “Bij de stop het Landje komen de stadsnomaden van Amsterdam, die begrijpen het wel en vertrouwen erop dat er genoeg eten en voorraad is. Bij Kadijksplein is dat anders, daar staan al snel zo’n 70, 80 mensen om de bus heen. Je bent meteen omsingeld en mensen willen zo snel mogelijk brood, soep en sokken hebben. Daar komen ook veel Oost-Europeanen, waarbij de taalbarrière een rol speelt. Je kunt wel zeggen dat er genoeg is, maar ze zijn te bang om mis te grijpen en ze houden geen afstand.

Positieve benadering
We willen graag helpen, maar met in acht neming van eigen veiligheid. We hebben van alles geprobeerd om onszelf in bescherming te nemen, zoals via andere route aan te komen. Maar er was geen controle buiten, dus hebben we beveiligingsmensen uit de winteropvang moeten inschakelen om mensen op afstand buiten de bus te houden. De bewaking helpt enorm en binnen twee weken tijd zien we al goed resultaat. Dit zijn ervaren bewakers die op een vriendelijke manier te werk gaan, hun benadering is heel positief. Zij zorgen ervoor dat de groep zich verspreidt en de men zich netjes in rijen van vier personen opstelt. Pas als de ene rij soep en brood heeft, gaat de volgende. Zo werkt het goed en veilig.

Nog meer paria
De Corona-ellende valt bij deze groep mensen nog zwaarder. Ze voelen zich nog meer als paria en worden ronduit gemeden. Er is een vaste groep, wat oudere, Hollandse bezoekers die erg behoefte heeft aan praatje. Dat proberen we door het luikje heen zo goed en zo kwaad als kan te doen. We kunnen een beetje bemoedigen, zo van: ‘hou vol he’, en: ‘hopelijk is het gauw voorbij”. Het gaat prima, maar zij moeten toch snel doorlopen. Je bent dan je praatje kwijt. Het contact is absoluut moeizamer, maar ik ben erg blij dat we toch een modus hebben gevonden met z’n allen om dit belangrijke werk te kunnen blijven doen!”

(foto Gert Tinga: ANP)