Jezus: krankzinnig of Zoon van God?

Dat Jezus bestaan heeft, is overduidelijk. Een groot aantal ooggetuigen (onder wie een heleboel ‘ongelovigen’!) heeft over hem geschreven.

C.S. Lewis, letterkundige en docent aan Oxford, schreef boeken over het christelijke geloof en over zijn eigen bekering. Een bekering die niet vanuit het niets kwam, maar die hij grondig en volledig wist te beredeneren. In zijn boek ‘Onversneden Christendom’ maakt hij korte metten met bepaalde theorieën. Sommige godsdiensten erkennen Jezus bijvoorbeeld wel als leraar, maar niet als de Zoon van God.

Belachelijk, stelt Lewis. Dat zou namelijk betekenen dat we zeggen dat Jezus wijs was, briljant zelfs, maar tegelijkertijd niet helemaal lekker. Kunnen we een krankzinnige vertrouwen in zijn levenslessen? Hij was er zelf tenslotte van overtuigd door God gezonden te zijn. Andersom: als alles wat hij zei zo wijs en waar was, zou het dan niet gek zijn dat juist het ene detail dat ons niet erg aanstaat, als enige niet klopt? Is het dan niet wat toevallig dat juist het detail dat het meest stof doet opwaaien, het enige onderwerp is waar deze man ‘fout zat’?  

Lewis vat het als volgt samen: óf Jezus was gek, óf Hij was wie Hij zei te zijn. En in dat geval was Hij de Zoon van God.