De Achterwacht

Blog - 25 maart 2015

Als journalist denk je soms dat je alles al gezien en gehoord hebt. Totdat je iemand interviewt die die gedachte keihard onderuit haalt.

Dit jaar is het zeven jaar geleden dat ik begon met werken op de redactie van de bladen van het Leger des Heils. Voor mijn eerste verhaal reisde ik af naar Zuidoost-Drenthe. Daar had het Leger vlak daarvoor een voorziening geopend waar mensen die dak- of thuisloos waren leerden om weer op zichzelf te wonen. “Ik haal er vast een paar mooie en sappige verhalen op”, dacht ik op de heenweg. Toen ik na het bezoek terugreed, was ik kapot.

Weinig had mij kunnen voorbereiden op de schrijnende verhalen die ik die middag van een aantal van deze ex-dak- en thuislozen hoorde. Over hoe ze het dak boven hun hoofd waren kwijtgeraakt, welke andere vreselijke dingen ze hadden meegemaakt en hoe ze waren behandeld voordat ze bij het Leger des Heils terechtkwamen. In mijn werk voor het Leger des Heils heb ik inmiddels talloze van zulke verhalen gehoord. Natuurlijk, het went nooit, maar je leert wel steeds beter om ze een plek te geven en een soort bescherming om je heen te bouwen zodat ze je niet van je stuk brengen. Totdat je iemand interviewt van wiens verhaal je weer net zo ondersteboven bent als die eerste keer, of misschien nog wel erger.

Virginia

Het is het verhaal van Virginia. Nog maar 43 jaar oud heeft ze al een heel leven achter de rug dat je niemand zou gunnen. Haar vader misbruikte haar vanaf haar zevende, verkocht haar voor seks, maar daar bleef het niet bij. Diezelfde vader stond ook aan de wieg van een hardnekkige crackverslaving, een uiterst gewelddadig leven, jeugd-tbs en een carrière als volwassen vrouw in de prostitutie. Onder dwang van al even gewelddadige pooiers.

Inmiddels heeft Virginia het allemaal achter de rug en heeft ze, naar eigen zeggen, rust gevonden bij haar vriend met wie ze sinds drie en een half jaar samenwoont. Wat mij uit het gesprek met Virginia is bijgebleven, is de ijzige kalmte waarmee ze haar verhaal vertelde. Alsof het haar niet meer raakte. Daardoor kwam haar verhaal bij mij nog dieper binnen. Gedetailleerd vertelde ze over de gruwelen die ze had moeten doormaken. Over haar vader en over de mannen die zij als klein meisje aan hun gerief moest helpen.

Bescherming

Op zulke momenten lijkt het alsof het kwaad in zijn puurste vorm zo dichtbij komt dat de bescherming, waarvan je dacht dat die inmiddels sterk genoeg zou zijn, begint te wankelen. Geconfronteerd met zoveel gruwelen is dat kwaad bijna letterlijk voelbaar en zo sterk dat je je daar bijna niet tegen kunt beschermen, ook al wil je het en probeer je het.

Door de kalme en afstandelijke manier waarop ze haar verhaal vertelde, was het op dat moment moeilijk om het medelijden of mededogen dat ik voelde te uiten. Dat liet ze ook niet toe, zei ze. Zij had haar eigen bescherming om zich heen gebouwd - en wie zou haar dat kwalijk kunnen nemen, na zo’n leven?

Als Leger des Heils strijden wij dagelijks tegen wat wij het kwaad noemen. Daarom noemen wij ons immers een Leger. Wij strijden tegen verslaving, dakloosheid, prostitutie en nog veel meer. Het kwaad heeft vele gezichten en wij zien het als onze taak om mensen daartegen te beschermen. Dat vraagt van ons dat wij sterk in onze schoenen staan. Dat valt niet altijd mee, want het kwaad is een geduchte tegenstander. Wij geloven dat wij de strijd daarom ook niet alleen hoeven te leveren. Wij hebben een even sterke, zo niet sterkere, Achterwacht. En die is er niet alleen voor het Leger; die is er voor iedereen in diezelfde strijd. Gelukkig maar.