Het ging niet goed met Elly. Door haar burn-out en artrose verloor ze haar baan van 36 uur en zat ze opeens fulltime thuis. “Het hoeft van mij niet meer, dacht ik toen elke dag. Ik zag er geen gat meer in, dat was een donkere tijd. Tot ik op een advertentie in de krant stuitte. In Bovenkarpsel, mijn woonplaats, bleek een breiclub te zijn van het Leger des Heils. Ik houd helemaal niet zo van breien, maar ik ben toch gegaan. Het bleek een goede afleiding. De coördinatrice van de club bleek ik van vroeger te kennen. ‘Hé, heb ik jou niet eerder bij de kopieermachine gezien?’ vroeg ik haar. Dat was het begin van een goede verstandhouding. Ik vroeg veel aan haar. Hoe ze dingen regelde voor de club. Maar ook over haar geloof. Daar was ze heel open over. Toen overleed ze onverwacht in haar slaap.” Dat sterven was een schok voor Elly. “Echt heel verdrietig. Ze is gelukkig niet gestikt, daar was ze bang voor. Ik vond het natuurlijk vreselijk dat ze er niet meer was, maar achteraf denk ik wel eens: het heeft misschien zo moeten zijn. Want na haar dood vroeg Anita Kamperman, de korpsofficier, of ik de breiclub van haar wilde overnemen. Vond ik doodeng aan het begin, maar het bleek me op het lijf geschreven. Het was alsof de vorige coördinatrice me onbewust had ingewerkt. Ik kon zo verder gaan waar zij was gebleven.”

Een hand
Elly zal niet gauw zeggen dat die dood de bedoeling was, maar ze gelooft wel dat God overal een plan mee heeft. “Ik heb God ook teruggevonden via het Leger des Heils. Vanuit mijn nieuwe rol ging ik ook regelmatiger naar samenkomsten. Ik ben van huis uit katholiek, maar deed er niets mee. Tijdens de samenkomsten ging ik er toch over nadenken. Het ging nog altijd niet goed met mij, ik was heel down. Bij een kerstdienst is dat veranderd. Ik zat aan tafel en korpsofficier Anita vertelde het kerstverhaal. Ze zei: je hoeft al je narigheid niet alleen te dragen, je mag het bij God neerleggen. Ik voelde een last van mijn schouders glijden. Ook voelde ik letterlijk een hand op mijn linkerschouder, terwijl daar niemand stond. Mijn hele binnenste werd warm. Dat deed me zoveel, ik werd zo onzeggelijk blij; dat houdt me tot op de dag van vandaag overeind.”

Heilssoldaat
Na dit bijzondere moment veranderde er veel voor Elly. Maar niet allemaal meteen. “Ik bleef trouw naar het Leger des Heils komen. De officieren van het korps vroegen me of ik niet bij de bijbelgespreksgroep wilde. Dat bleek heel interessant, ik kwam veel te weten over de Bijbel. Na die groep ging ik, uit nieuwsgierigheid, naar de zogenoemde ‘rekrutenlessen’. Tot mijn eigen verbazing vond ik dat ook heel leuk en interessant. Ik kreeg steeds meer het gevoel dat God mijn leven leidde. Ik werd na die cursus adherent-lid. Dat betekent dat je wel bij het korps hoort, maar geen heilssoldaat bent. Het jaar erop ging ik nog een keer op die cursus, puur omdat ik het zo fijn vond. We hadden veel discussies, ik vond het heel prettig om met anderen na te denken over het geloof. En jawel, toen werd ik uiteindelijk heilssoldaat. Wat ben ik blij met die keuze. De narigheid in mijn leven was niet weg, maar ik kon het veel beter dragen nu ik geloofde.”

Nooit alleen
Ook nu Elly al jaren lid is van het korps, op het koor zit, de breiclub coördineert en nog allerlei andere taken op zich neemt, wordt ze gedragen door haar geloof. “Toen ik heilssoldaat werd, draaiden we dat liedje ‘walking with Jesus’. Ik heb elke dag het idee dat Hij naast me loopt. Ik zit zo lekker in mijn vel bij het Leger. Het voelt een beetje als thuiskomen, alsof ik een nieuwe familie heb gevonden. Sinds die hand op mijn schouder weet ik: ik ben nooit alleen. Door het Leger heb ik een nieuw leven gevonden.”