Ik vond dat best een aparte benadering en vroeg wat hij bedoelde. “Nou, als je ziet dat er iets in die mens gezeten heeft, dat nu ineens weg is… Dan moet er iets zijn wat die mens tot mens maakt. Dat kan toch niet anders?”  

Voor hem was dat een hele geruststellende gedachte. Als je dood gaat, ga je naar God. En daar leef je verder. Een gedachte die in onze westerse samenleving niet meer zo vanzelfsprekend is. We zien vaak dat de dood gevoelens van angst, pijn, verdriet teweeg brengt. ‘Je hebt maar één zekerheid in het leven, dat is dat je dood gaat. Dan is het over en uit’, hoor je wel eens. De dood lijkt voor veel mensen uiteindelijk de baas te zijn. 

De Bijbel zegt iets heel anders. Omdat Jezus is opgestaan uit de dood, is de dood verslagen. Dat vieren we met Pasen. De dood heeft niets meer in te brengen. De apostel Paulus schreef bijna spottend: “Dood, waar is je overwinning? Dood, waar is je prikkel? God geeft ons de overwinning door onze Here Jezus Christus” (1 Korintiërs 15:55-57). En in 2 Timoteüs 1 vers 10 schrijft hij: “Christus Jezus heeft de dood van zijn kracht beroofd en onvergankelijk leven aan het licht gebracht.” Jezus Christus biedt ons eeuwig leven aan als ons aardse leven geëindigd is. Je hoeft het in feite alleen maar te accepteren.

Als je dat gelooft, krijgt de dood een hele andere betekenis. Dat zag mijn zoon denk ik ook. De dood is dan misschien nog steeds angstaanjagend en afschuwelijk, maar heeft niet meer het laatste woord. Al sterven er nog dagelijks mensen, sinds die eerste Paasmorgen is de dood overwonnen. Wie gelooft in Jezus kan zeggen: de dood - als absoluut einde van leven - is dood! Dat is een geweldige boodschap. En als je dat gelooft, vind je hier ook troost in. Troost als iemand sterft van wie je houdt. Troost omdat er perspectief is, van nieuw leven, van de dood die geen einde meer is. Door Jezus!