Afstand

Blog - 25 april 2016

Op schilderijen of in oude films zie je ze nog weleens. Een enorme kasteel- of paleiszaal met centraal daarin een troon (meestal op een verhoging) en daarop de koning. Ook in de Ridderzaal in Den Haag is dat beeld in ere gehouden. Op deze ‘troon’ leest onze koning jaarlijks op de derde dinsdag van september de (door de regering geschreven) Troonrede voor.
image

Afstand, dat is wat zo’n zaal met zo’n troon wil benadrukken. Afstand en hoger staan (of zitten, zo u wilt) dan het ‘gewone’ volk. Nu is ons koningshuis door de jaren heen wat verder af komen te staan van die afstand en die verhevenheid. Gelukkig maar, denk ik dan. Daar kon je in 1916 misschien nog mee aankomen, maar nu, honderd jaar later, echt niet meer.

Koekhappen

Toch staan de koning en de koningin nog steeds op een soort eenzame hoogte ten opzichte van ons burgers. En dat is iets waar ik ze in elk geval niet om zal benijden. Een middagje shoppen met je dochters in de Haagse binnenstad zonder een haag aan beveiligers zit er voor Hare Majesteit niet in en de koning zie ik op zaterdag of zondagmiddag nog niet onbewaakt met zijn seizoenskaart het stadion binnenstappen voor een spannende voetbalwedstrijd. Die zal hij, als hij er van houdt, eerder op zijn televisiescherm moeten bekijken.

Wat mooi is om te zien, is dat koning Willem-Alexander en koningin Maxima ondanks de afstand die er nu eenmaal vanuit hun positie in onze samenleving is, toch moeite doen om zo toegankelijk mogelijk te zijn en dat niet alleen op 27 april. Goed, het koekhappen, volksdansen en ander vermaak dat jarenlang typisch was voor wat nu Koningsdag heet behoort tot het verleden, maar de populariteit van ons koningspaar heeft er niet onder geleden. Integendeel.

Baken

Overal waar Willem-Alexander en Maxima komen brengen ze iets mee. Iets ongrijpbaars. Noem het charisma of iets anders, maar het maakt mensen blij. En ondanks de in strak geplande draaiboeken vastgelegde protocollen lukt het ze telkens weer om mensen het gevoel te geven dat zij op dat moment er voor het koningspaar toe doen. Dat wat ze te vertellen hebben van betekenis is. En dat is misschien wel de reden waarom het koninghuis ook anno 2016 nog steeds in ere wordt gehouden. Als een soort nationaal instituut waaraan wij Nederlanders zin ontlenen. Als iets waar we houvast in vinden. Een baken in de woelige baren waarop Nederland (volgens sommigen soms stuurloos) ronddobbert.

Zin aan het bestaan geven kun je doen op veel manieren. Het is een natuurlijke behoefte en ik ken maar weinig mensen die deze behoefte niet op de één of andere manier willen bevredigen. Meestal door zich te richten op iets ‘hogers’ dan zichzelf. En dat kunnen ook mensen zijn die gevoelsmatig op grote afstand staan. Onaantastbaar zijn. ‘Gewone’ mensen als topsporters, artiesten of het koningspaar die door hun prestatie of hun positie net even iets minder gewoon zijn. Helden.

Koning

Wij bij het Leger des Heils kennen ook een Koning. Iemand die zin geeft aan ons bestaan en iemand die ons blij maakt. Iemand die ons ook het gevoel geeft dat wat wij te zeggen hebben ertoe doet, van betekenis is. Hij woont niet in een paleis en wordt niet bewaakt door een leger aan beveiligers. Sterker nog, er bestaat geen enkele afstand tussen ons en hem. Een mysterie, zult u zeggen, maar een werkelijkheid voor velen van ons. Hij woont in ons hart en heeft daardoor de afstand maximaal verkleind. Hij is namelijk maar één gebed van ons verwijderd. Ja, hij is Koning, net als Willem-Alexander, maar hij is, ook net als de koning der Nederlanden, gewoon gebleven. Toegankelijk voor iedereen.