‘Nu kan ik eindelijk de gastheer zijn’

Wat het met Marlon doet om een eigen woonplek te hebben.

Maatschappelijke opvang Tekst: Wilfred Hermans / Beeld: Goed Folk

In de 24-uursopvang stond Marlon gevoelsmatig in de wachtstand. Nu hij eindelijk z’n gewenste huisje heeft, kan Marlon weer verder met z’n leven. “Ik heb tenminste weer dat opa-gevoel terug.”

In zijn seniorenflat staat Marlon (57) in de deuropening. Trots troont hij z’n gast mee naar binnen en neemt plaats op de bank die bedekt is met kleedjes en gekleurde kussentjes. The king of his castle zat net een natuurserie te kijken. Op de eikenhouten koffietafel staat een grote schaal met rommeltjes, limonadeflessen en shag. Wat betreft dat laatste: hij kampt met COPD, ofwel chronische bronchitis, maar stoppen met roken lukt nog niet zo. “Ik zit in de laatste fase, m’n longen zijn bijna dood. Binnenkort moet ik dus aan de zuurstof, dan moet ik écht stoppen met roken. Tegenwoordig rook ik nog maar zes sigaretten per dag, vroeger meerdere pakjes. Omdat lopen te intensief is, verplaats ik me per scootmobiel.”

Marlon met zijn zoon, die op bezoek is.

Eindelijk gastheer zijn
In 2003 scheidde Marlon van zijn vrouw. Een volgende vriendin zette hem na zeven jaar het huis uit. Als trotse Surinamer wilde Marlon zijn vijf kinderen niet lastigvallen, dus belandde hij na enkele weken in een hotel op straat. Via de 24-uursopvang van het Leger des Heils kwam Marlon uiteindelijk in gesprek met een maatschappelijk werkster. Zij schreef hem in bij de woningbouwvereniging, en na een tijdje was het bingo. Omdat hij ouder is 55, kwam ik in aanmerking voor de seniorenflat waar hij nu woont. “Helemaal mooi, voor het eerst is m’n huis echt van mij. Ik deel hier de lakens uit, geen vrouw die me eruit kan zetten. Samenwonen doe ik niet meer – ieder z’n eigen huisje.”

De buurt is ook schitterend, wijst Marlon, net als het uitzicht. “Afgelopen weekend zijn drie van mijn vijf kinderen nog op bezoek geweest, en ze hebben natuurlijk m’n sleutel. In de 24-uursopvang wilde ik hen niet ontvangen, dus ging ik in de weekenden bij hen op bezoek. Nu kan ik eindelijk de gastheer zijn. Als ze komen, móet ik koken. En als m’n kleinkinderen komen logeren, spelen we buiten of doen we spelletjes. Die nemen ze zelf mee. Ze weten dat opa niet van kinderrommel houdt. Maar ik heb tenminste wél weer dat opa-gevoel terug.”

'Ik heb mezelf onder bewind laten zetten, zodat ik m'n huisje niet kwijtraak.'

Gat in m’n hand
Z’n meubilair liet Marlon brengen door de plaatselijke kringloopwinkel. Voor 300 euro was ‘ie klaar. “Ik zit in de ziektewet. Ik krijg vijftig euro weekgeld, daar doe ik m’n boodschappen van. Verder wordt alles betaald. Ik heb mezelf onder bewind laten zetten, zodat ik m’n huisje niet kwijtraak. Want als ik geld héb, gaat het erdoorheen. Ik heb een gat in m’n hand, en dertien kleinkinderen. Ik doe graag leuke dingen met ze en geef weleens cadeautjes.”

Elke week naar de inloop  
Een beetje eenzaam is ‘ie wel, maar Marlon wil voor geen geld terug naar de 24-uursopvang. “Daar stond ik gevoelsmatig in de wachtstand, nu lééf ik weer. Ik sta open voor de medebewoners hier; als ik hen groet en ze groeten terug, dan knoop ik de volgende keer een praatje aan. Vanwege m’n COPD mag ik niet meer werken, dus ik rijd veel met m’n scootmobiel rond. Twee keer per week organiseert het Leger des Heils hier in het centrum een inloop voor daklozen en mensen die eenzaam zijn. Daar ga ik meestal naartoe, gezellig eten, drinken, een babbeltje maken. Verder ben ik thuis, televisiekijken en muziek luisteren. En ik ben op zoek naar een kerk in de buurt. Daar kan ik m’n verhaal doen, weet je wel. Ik ging altijd naar Barneveld, maar die reis is nu te ver voor mij. Er zijn genoeg kerken in de buurt, dus dat komt wel goed.”