Eerste stop, Hongkong: jong, hip en zo’n zeven miljoen inwoners. Boven het hoofdkwartier in Kowloon is een hotel gevestigd, waar de Staff Songsters logeren. Tijd om te acclimatiseren is er nauwelijks. In het korps Kowloon (ook gevestigd in het hoofdkwartier) kijken de leden van de plaatselijke zangbrigade uit naar de zangworkshop die de leider van de Staff Songsters, Roel van Kesteren, zal geven. Tijdens het avondconcert laten de zangers samen met de Songsters de liederen horen die zij in de middag hebben ingestudeerd. Want hoe leer je elkaar beter kennen dan door muziek?

IMG_8539Evangeliseren
Dat Hongkong speciaal is, merkt het koor op zondag. Tijdens de dienst, geleid door de Nederlandse majoor Caroline Roos, worden dertien nieuwe heilssoldaten ingezegend. ‘s Middags is er een groot openluchtoptreden. Tijdens weekends in Nederland heel vanzelfsprekend, maar in Hongkong - dat langzaamaan weer bij China wordt ingelijfd, waar op straat evangeliseren verboden is - allesbehalve. De aanwezige Chinese heilssoldaten raken met veel mensen in gesprek, waardoor de aanwezigheid van het Leger niet onopgemerkt blijft.

Duizend leraren
De gemiddelde werknemer in Hongkong werkt tot
‘s avonds laat, waardoor alle korpsactiviteiten in het weekend plaatsvinden. Om toch aansluiting te vinden bij de mensen, werkt het Leger in Hongkong met eigen scholen, ziekenhuizen en buurtwerk. Zo’n negenhonderd ‘eigen’ leraren geven les aan zo’n zevenduizend kinderen en jongeren in zowel basis- als voortgezet onderwijs. Een enorm netwerk dat veel kansen, maar ook uitdagingen biedt. 

De dagen staan verder in het teken van buitenoptredens en schoolbezoeken. Bijzondere en plezierige momenten. Het samen musiceren met het handbell-orkest van een basisschool, bijvoorbeeld. Of het potje basketbal tegen een schoolteam, waar maar weer eens duidelijk wordt dat Nederlanders echt beter zijn in voetbal. Tijdens het elkaar toezingen van de zegen blijkt dat verschil in taal geen obstakel hoeft te zijn om Gods aanwezigheid te voelen en verbonden te zijn met elkaar. Naast Benjamin en Emily Law vergezelt ook majoor Ans Wimmers het koor. Zij is als general secretary werkzaam in Hongkong en geniet zichtbaar van de grote Nederlandse delegatie in ‘haar’ stad. 

Politiebegeleiding
De vlucht van Hongkong naar Palu neemt zo’n vijf en half uur in beslag. De ontvangst op het vliegveld van Palu is even chaotisch als leuk. Een team van enthousiaste heilssoldaten en medewerkers staat klaar om koffers en tassen in busjes en een kleine pick-up te laden. De koorleden worden snel verdeeld over drie minibusjes en vol gas gaat de reis verder richting het RoaRoa-Hotel in Palu.

Was Hongkong al bijzonder, de aankomst in Indonesië slaat alles. Niets had de zangers kunnen voorbereiden op de ontvangst. Het Balkes-choir van het Leger des Heils staat te zingen bij de ingang van het hotel waarna in klederdracht gehulde medewerkers van het divisiehoofdkantoor de Songsters een traditionele shawl aanbieden en welkom heten. Het voelt als een warm welkom in het toch al warmere klimaat. 

Na een korte nacht staat het ontbijt klaar. Brood, muesli en melk worden ‘s morgens vervangen door nasi, saté en pittige boontjes. Een vreemd ontwaken, maar vooral de extreem pittige boontjes zorgen er wel voor dat iedereen direct wakker is.  Deze ochtend wordt korps Kapiroe bezocht. Onder politiebegeleiding rijdt het koor de het dorp binnen. Het grote billboard met een foto van het koor erop trekt direct de aandacht. Tientallen meters voor het korpsgebouw moet iedereen de auto uit. Het lijkt alsof het complete dorp langs de weg staat om de Nederlanders te ontvangen. Voor het koor uit loopt een schreeuwende, traditionele strijder, die de Songsters begeleidt naar de korpszaal. Hoewel, zaal: midden in de jungle staat een groot betonnen gebouw. Niets op de vloer, niets aan de wand. Geen glas in de kozijnen. Uit de voorste kozijnen hangen kabels, die naar twee grote speakers buiten leiden, omdat het merendeel van de bezoekers niet in de kerk past.

2017-11-10 09.49.53Moslim en christen
Het korps viert zijn 100ste verjaardag en de Staff Songsters vieren dat mee. De viering wordt ook bijgewoond door de burgemeester en de gouverneur. Aangezien zij beiden moslim zijn, wilden zij niet naar de dienst komen, maar wel graag bij de viering aanwezig zijn. Het zegt iets over de plek die het Leger heeft verworven in het grootste islamitische land ter wereld. Rond twaalf uur wordt de viering onderbroken, zodat de moslimbroeders hun gebed kunnen houden. Het wederzijdse respect is indrukwekkend. Moslims en christenen gaan hier hand in hand.

Na de viering staat de lunch klaar. Grote pannen staan borrelend boven geïmproviseerde kampvuren en een vrouw roert in een enorme wok met heerlijk geurende groenten. Achter de pannen is een touw gespannen waar een koeienhoofd aan hangt te drogen. Een tafel staat vol met onbewerkt voedsel, merkloos en direct uit de jungle. Voor de meeste Nederlanders een feest om te proeven. Vlees doordrenkt van kruiden en specerijen, verse sambal en geurige rijst. En dit is slechts de opmaat naar nóg meer eten. Want, anders dan bij ons, is eten in Indonesië een vorm van ceremonieel samenzijn, respect voor je gast en een teken van welkom zijn. Op een van de dagen staat er maar liefst negen (!) keer een maaltijd klaar voor het koor. 

Als popsterren
Het eerste concert in Indonesië vindt later in de middag plaats, in een zaal met meer dan duizend bezoekers. Dit concert doen de Songsters samen met het lokale bamboe orkest. Geen brassband, maar instrumenten vervaardigd uit bamboehout. Een belevenis op zich. Na afloop van het concert blijkt hoe bijzonder de komst van de Nederlanders in Sulawesi is. Deze bezoekers snellen naar voren, voor een hand en een selfie; inmiddels circuleren de duizenden selfies over de Indonesische sociale media. Er wordt bijna gestreden om aandacht van de koorleden. Na een uur grijpt de begeleiding in. Het blijkt geen uitzondering te zijn: veel concerten verlopen op deze manier. 

De bergen in
De volgende dag begint weer vroeg. Na het bezoek aan een jongensschool en een basisschool - hoofd, schouders, knie en teen is een internationale hit - volgt een reis van twee uur op een weg die zich het beste laat omschrijven als een aflevering uit ‘Deadliest roads’ van Discovery Channel. Met de inmiddels vertrouwde minibusjes rijdt het koor de bergen in. Langs ravijnen, sinkholes en dichtbegroeide smalle wegen. De uiteindelijke bestemming is een korps met zo’n duizend leden. Wat op een steenworp afstand ligt van het volgende korps met duizend leden, wat weer op een steenworp afstand ligt van het volgende korps met duizend leden. Het zegt iets over de grootte van het Leger des Heils in dit land. Sommige korpsen zijn alleen te voet bereikbaar, andere alleen op de motor, maar ze zijn allemaal groot in aantal en in heilssoldaten. 

Naar huis
Er volgen bezoeken aan het divisiekantoor en het ziekenhuis van het Leger in Palu, waar bijna 350 studenten worden opgeleid tot verpleegkundige. Er volgen meer concerten. Er volgen samenkomsten, waarvoor het koor in drie groepen wordt gesplitst om zoveel mogelijk korpsen met een bezoek te kunnen vereren. Een van de indrukwekkendste verhalen is dat van een kleine jongen die naar voren komt in de dienst en bidt dat zijn ongelovige vader ook Jezus mag leren kennen. Het is emotioneel, maar toont ook aan hoe men in dit land met het geloof bezig is.

En dan begint de lange terugreis. Van Palu naar Makassar, naar Jakarta, naar Dubai en tot slot naar Amsterdam. Hart en hoofd vol van alles wat de tour heeft gebracht. Vriendschap, liefde, natuur en bovenal Gods aanwezigheid.