- Wim Kanis in Haïti: week 4
Wim Kanis in Haïti: week 4

Week 4

DINSDAG 30 MAART 2010
Medicijnen dankzij Rotary Almere

Dr. Lu uit Canada naast de medicatie die ik aan het begin van mijn verblijf hier heb gekocht met de donatie van de Rotary. Op dat moment was er dringend medicatie nodig in de kliniek en dankzij de donatie konden we een flinke voorraad aanleggen. Nogmaals dank!
ZATERDAG 3 APRIL 2010
Een gemiddelde dag

Om 5.30 uur opgestaan, niet zo goed geslapen, gedoucht (koude douche) en een moment “ stille tijd” gehouden. Daarna Coorie “ geskyped”, leuk om elkaar nu te kunnen spreken zonder kosten!!
Om 7.00 gegeten, een omelet met toast en een kop thee, dit eet ik nu al bijna 4 weken als ontbijt.
Om half acht zou de chauffeur, Florand, hier zijn. Ik mag hier zelf niet rijden, het is te gevaarlijk en als je iets overkomt dan ben je als buitenlander altijd de pineut. Florand kwam een kwartier te laat, hij moest eerst nog de auto schoonmaken….. verteld dat hij dat dan maar eerder moet doen in het vervolg.
Met Loretta (uit Canada) en een Amerikaanse arts naar onze kliniek gereden om wat medicijnen te ruilen, soms heb je van iets te veel wat je bijna niet gebruikt en zit een ander er om te springen. Je maakt een deal en iedereen is happy. Gewacht op de korpsofficier maar die was aan het baden dus die heb ik niet meer gesproken, want ik had om 9.00 uur een clustermeeting over noodvoorzieningen en onderdak. Ik zat te wachten in het hotel, maar toen bleek de vergadering niet door te gaan. Voor mij niet zo heel erg maar er waren mensen al sinds 5 uur vanmorgen op pad om deze belangrijke vergadering bij te wonen.
De kapitein gebeld (was ondertussen uitgebadderd) en gevraagd om mij weer op te pikken uit het hotel. Tot half elf gewacht, geen stroom of internet in het hotel, geprobeerd me te ontspannen en het maar over me te laten komen. Ondertussen zie ik donkere wolken aan de horizon verschijnen en denk ik aan die mensen in het bergdorp die ik graag voor de regens wat tarpolins (dekzeilen) wil brengen. Als we niet snel zijn kunnen we ze niet meer per auto bereiken. Om 11.00 uur komt de auto me ophalen, naar bleek zijn ze al 1 keer met 60 tarpolins naar het bergdorp gereden. Dat stemt me enigszins gerust. Aangekomen in de kliniek, gekeken of alles goed verloopt. De auto vol geladen en met opnieuw 60 tarpolins naar het bergdorp vertrokken. Via een onmogelijke weg zijn we daar aangekomen en Magda, de voorzitter van het dorpscomité wacht ons op. De andere tarpolins liggen er nog keurig en ze heeft de mensen opgesteld in een rij en namen worden afgeroepen en genoteerd en dan krijgt men een tarpolin. Dit duurt dus even voordat alle 120 zijn uitgedeeld. Ik had een voetbal bij me en de jongens van het dorp straalden van genot… Gevraagd wat ze verder nodig hadden voedsel of water, voedsel zeiden ze en ik beloofde ze vandaag nog 2 x de rit te maken naar ze. Aangekomen in de kliniek, eerst gegeten (geit met rijst en bonen) een voedzame maaltijd. Ik at alleen want de anderen in de kliniek wilden doorgaan met het zien van patiënten. Opnieuw de auto volgeladen, maar nu met 29 dozen voedsel (met elk 12 maaltijden) en met 4 personen in de auto en twee er bovenop, opnieuw twee maal naar het bergdorp gereden ( ze kregen dus 58 dozen met voeding waar ze erg blij mee waren). Op de terugweg, het was nu 17.30 uur en ik wil niet in het donker in de bergen rondrijden, naar de kliniek waar de plaatselijk dokter net de laatste patiënten zag. Om half zeven was ik weer terug in het hotel, waar geen elektriciteit, water en internet was. Dus eerst maar nat bezweet weer iets eten. Ik eet al bijna 4 weken gekookte vis in de avond. Het is schoon en voedzaam en niet vet, maar ja, 4 weken vis… na de maaltijd (het duurt altijd 1 uur voordat je krijgt wat je hebt besteld), was er weer stroom, internet en water. Ik ben weer lekker koud gaan douchen en zit nu dit verslag te typen om 21.00 uur. Ik ga niet laat naar bed want om 5.30 uur wil ik Corrie weer skypen.
Een dag zo als vele, vol wachttijden, vertragingen, teleurstellingen maar toch is het gelukt een dorp te voorzien van 800 maaltijden en dekzeilen om onder te slapen. Een druppel op een gloeiende plaat, maar toch, dankzij veel giften zijn dat de dingen die we óók doen. Hoewel noodhulp moet overgaan in langdurige projecten, is dit soms ook erg hard nodig.
Bergdorp
Van de week weer goede en minder goede dingen beleefd. Het goede was dat ik de bergen in ben geweest, een uurtje rijden op hele slechte wegen en daar een dorpje Myotte heb ontdekt waar nog bijna geen hulp is geweest. Je vraagt je af hoe mensen op zo'n kale berg kunnen leven. Het was er gortdroog, ik vroeg wat ze aten, ze antwoordden: “.. wat de aarde ons geeft”. Nou dat was niet veel. Hun hutjes van leem en keien zijn grotendeels ingestort en ze hebben met wat hulp wat hout gekregen en een golfplat. Nu moeten ze muren maken en ik heb ze de tarpolins (plastic vellen) beloofd. Als we er nog weer heen kunnen, want ik hoor hier berichten dat morgen het dagen achtereen gaat regenen, en dan kunnen we echt niet naar ze toe. Dus we hebben weer 120 families toegevoegd aan onze verantwoordelijkheid. ik reed weer weg met een brok in mijn keel, wat een armoe. Waar klagen wij in godsnaam over in Nederland.
Het minder goede was de vergaderingen die ik zou gaan bezoeken. Het waren er drie. De eerste twee gingen over semi-perrmanente huisvesting. In ons gebied moeten er 30.000 huizen worden gebouwd. Alleen al het opruimen van de puinhopen duurt volgens mij jaren, laat staan het bouwen. Het Leger heeft plannen om ook van deze transitional huizen te bouwen. Misschien moeten wij ons toeleggen op mensen die al dakloos waren. Dat is toch onze doelgroep, ‘mensen zonder helper’. De tweede vergadering ging over noodhulp en onderdak. Nog steeds zijn er mensen die nauwelijks bereikt zijn, nu 2,5 maand na de aardbeving. Na deze vergadering zijn we gelijk gaan zoeken op aanwijzing van een andere organisatie, en vonden we dus de 120 families. Vanmiddag nog een WASH vergadering gehad (water and sanitation and hygiene). Deze vergadering is grotendeels aan mij voorbij gegaan omdat iedereen alleen maar Frans sprak. Het komt er op neer dat men nu ontdekt dat men in een jaar tijd nog nauwelijks de situatie in Haïti kan verbeteren, de situatie was en is nog steeds slecht, dit gaat generaties duren. Het belangrijkste hierbij is voorlichting en educatie.
Ik ben blij dat we weer een kleine gemeenschap iets verder kunnen helpen. Het zijn die kleine beetjes die voor mensen het verschil kunnen maken. Als Leger blijven we dat proberen.
Hieronder een paar foto's van het bergdorp.




Lees ook de andere berichten van Wim Kanis:
