- Uitvaartdienst
Uitvaartdienst
Orde van Dienst
Zaterdag 30 juni 2007
Orde van dienst uitvaart
Samenzang – ‘Daar juicht een toon’
1.
Daar juicht een toon, daar klinkt een stem, die galmt door gans Jeruzalem.
Een heerlijk morgenlicht breekt aan: de Zoon van God is opgestaan!
2.
Geen graf hield Hem, geen doodsgeweld, Hij overwon, die sterke Held!
De dood moest wijken voor zijn kracht, want Hij is God, bekleed met macht.
3.
Ons jaagt de dood geen angst meer aan, want Jezus heeft voor ons voldaan.
Wij vrezen zelfs in 't sterven niet, als ons geloof op Jezus ziet.
4.
Want nu de Heer is opgestaan, nu vangt het nieuwe leven aan, een leven,
door zijn dood bereid, een leven in zijn heerlijkheid!
Gebed
Schriftlezing: Hebreeën 4:9-13 – Lt.-kolonel mevrouw D.M. Schurink-Riedijk
Vocale bijdrage - ‘Heer verberg niet uw gelaat’ – Amsterdam Staff Songsters
1.
Heer, verberg niet uw gelaat nu ‘k vermoeid ben en verzwakt;
‘k hunker naar uw dageraad zoals ‘t land naar regen snakt.
Kom, mijn Meester, kom met spoed, ‘k leef niet als ‘k U niet ontmoet.
2.
Troost’loos is de morgenstond als uw levend licht niet straalt;
de ochtend die uw glans niet vond, heeft als nieuwe dag gefaald;
maar de kille nacht verdwijnt als uw zon van liefde schijnt.
3.
Heer, bezoek mijn ziel dan nu in de nacht van mijn tekort;
plaats mij zó in ‘t licht van U dat ‘k de weerschijn daarvan word;
nooit ben ‘k zwak meer of vermoeid als die gloed tot glorie groeit.
Inleiding – Commissioner R.J. Schurink
Woord namens de gemeente Amsterdam – de heer mr. M.J. Cohen (burgemeester)
Muzikale bijdrage – ‘Er ruist langs de wolken’ – Amsterdam Staff Band
De oorspronkelijke Duitse woorden ‘Wo findet die Seele die Heimat, die Ruh’ zijn geschreven door de Duitse zendeling Johan Geissler, die onder andere op Nieuw-Guinea werkte. Eduard Gerdes (1821-1898), die als evangelist onder de arbeiders van de ‘Eilanden’ in Amsterdam werkte, schreef de Nederlandse tekst. Hij schreef hierover het volgende:
“Auguste Letz bezocht ons in september 1856. Zij zou naar lndië vertrekken om te trouwen met zendeling Ottow. Juffrouw Letz zong ‘s avonds een lied, dat wij zo mooi vonden dat we haar een paar keer vroegen het te herhalen. ‘s Nachts kon ik niet slapen. De melodie en inhoud van het Duitse lied zweefden mij gedurig voor de geest. De wijs had ik zó goed onthouden, dat ik ze zachtjes nazong. Ik werd hoe langer hoe opgewekter, totdat ik tenslotte het bed verliet en toen naar de melodie van dat Duitse lied Er ruist langs de wolken dichtte. Enige weken later vroeg ds. Jan de Liefde (oprichter van de
stichting Tot Heils des Volks) mij een lied te schrijven voor het kerstfeest voor de kinderen van de zondagschool. Ik las hem toen dit lied voor; hij keurde het goed.”
De melodie is van E. H. Bishop (19e eeuw).
1.
Er ruist langs de wolken een lief'lijke naam, die hemel en aarde verenigt tezaam,
geen naam is er zoeter en beter voor 't hart, hij balsemt de wonden en heelt alle smart.
Kent gij, kent gij die naam nog niet? Die naam draagt mijn Heiland, mijn lust en mijn lied!
2.
Die naam is naar waarheid mijn Jezus ook waard, want Hij kwam om zalig te maken op
aard. Zo lief had Hij zondaars, dat Hij voor hen stierf, genade bij God door zijn zoen bloed
verwierf. Kent gij, kent gij die Jezus niet, die om ons te redden de hemel verliet?
3.
Eens buigt zich ook alles voor Jezus in 't stof en engelen zingen voortdurend zijn lof.
O, mochten we om Jezus verheerlijkt eens staan, dan hieven wij juichend de jubeltoon
aan: Jezus! Jezus! uw naam zij de eer!, want Gij zijt der mensen en engelen Heer!
Woord ter nagedachtenis – Commissioner W. van der Harst
Vocale bijdrage – ‘Nooit zal ‘k het wond’re feit verstaan’ – Amsterdam Staff Songsters
1.
Nooit zal 'k het wond're feit verstaan: Jezus, die mens wou zijn
om heel de weg naar 't kruis te gaan, lijdend mijn angst en pijn.
Vanuit zijn grote heerlijkheid kwam Hij mij zo nabij;
geen smart, die Hij niet met mij lijdt, al mijn tekort kent Hij.
2.
Zie, hoe Hij ging door Kanaäns land: Vriend en Verlosser bêi!
Troost en vergeving in zijn hand, nodigend: Kom tot Mij.
Hoor hoe Hij aan de schare leert: Ik ben het Levensbrood,
niets dat u voor uw heil ontbeert; Ik kom in al uw nood.
3.
Zijn sterven bracht mij 't leven weer. Hij nam mij, zondaar aan!
'k Weet mij nu niet verloren meer, 'k mag tot de Vader gaan.
Maar 't grootste, dat Hij heeft gedaan is, dat Hij voor ons leeft;
dat Hij niet onder is gegaan, maar overwinning geeft.
Toespraak – Commissioner R.J. Schurink
Samenzang – ‘En zij komen van oost en van west’
1.
En zij komen van oost en zij komen van west, liggen aan in het koninkrijk Gods.
Samen: rijken en armen, veracht of geëerd liggen aan in het koninkrijk Gods.
En niemand vraag naar slecht of goed als ’t kleed maar rein is door het bloed.
En zij komen van oost en zij komen van west: liggen aan in het koninkrijk Gods.
2.
En zij komen van oost en zij komen van west, liggen aan in het koninkrijk Gods.
Daar begroet door de Vader op ’t eeuwige feest liggen ze aan in het koninkrijk Gods,
met zwart of bruin of blank gezicht; de huidskleur is van geen gewicht.
En zij komen van oost en zij komen van west: liggen aan in het koninkrijk Gods.
3.
En zij komen van oost en zij komen van west: liggen aan in het koninkrijk Gods.
Na de grote verdrukking in eeuwige rust liggen ze aan in het koninkrijk Gods,
van ieder ras, uit elk geslacht zijn ze allen hier tesaam gebracht.
Zie van oost en van west en van noord en van zuid liggen ze aan in het koninkrijk Gods.
Dankgebed – Majoor mevrouw E. Klarenbeek
Samenzang – ‘U zij de glorie’
1.
U zij de glorie, opgestane Heer, U zij de victorie, nu en immermeer!
Uit een blinkend stromen daalde d' engel af,
heeft de steen genomen van 't verwonnen graf.
U zij de glorie, opgestane Heer, U zij de victorie, nu en immermeer!
2.
Zie Hem verschijnen, Jezus onze Heer, Hij brengt al de zijnen in zijn armen weer.
Wees dan, volk des Heren, blijde en welgezind
en zeg telkenkere: Christus overwint!
U zij de glorie, opgestane Heer, U zij de victorie, nu en immermeer!
3.
Zou ik nog vrezen nu Hij eeuwig leeft, die mij heeft genezen, die mij vrede geeft?
In zijn godd'lijk wezen is mijn glorie groot,
niets heb ik te vrezen in leven of dood.
U zij de glorie, opgestane Heer, U zij de victorie, nu en immermeer!
Zegenbede
Dankwoord – Commissioner R.J. Schurink
Formatie rouwstoet naar De Nieuwe Ooster-begraafplaats
Orde van dienst bij het graf
Samenzang – ‘Lof zij de Heer’
1.
Lof zij de Heer, de almachtige Koning der ere!
Dat aarde en hemel de lof zijner glorie vermere!
Meng in 't geklank, ziel, uw aanbiddende dank!
Zinge al wat ademt, de Here!
2.
Lof zij de Heer, die de werelden dacht en zij waren;
die al de dropp'len geteld heeft der golvende baren;
die met zijn staf heerst van de wieg tot het graf.
Psalmzinge uw hart met de snaren!
3.
Lof zij de Heer, die uw bevende vrees zal beschamen.
Noem Hem uw Vader, de kroon van zijn heerlijke namen;
dwars door de dood neemt Hij u op in zijn schoot.
Loof Hem in eeuwigheid; amen.
Schriftlezing: Openbaring 21:1- 7
Uitspreken van de formule
Gezamenlijk bidden van het ‘Onze Vader’
Onze Vader die in de hemel zijt,
uw naam worde geheiligd,
uw Koninkrijk kome,
uw wil geschiede,
gelijk in de hemel alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood.
En vergeef ons onze schulden
gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren.
En leid ons niet in verzoeking,
maar verlos ons van de boze.
Want van U is het Koninkrijk
en de kracht en de heerlijkheid
tot in eeuwigheid.
Amen.
Zegen
