- Paul Meijs in Colombia
Paul Meijs in Colombia

‘Een 8,5 dat zou ik het straatkinderenproject van het leger des Heils meteen geven.’ topconsultant Paul Meijs reisde af naar Colombia om diverse projecten van het leger des Heils te beoordelen.
Over de hulpverlening aan kansarme 4- tot 18- jarigen is hij enthousiast. ‘Dicht op de gemeenschap, doen wat je belooft en dat goed doen, voor weinig geld.’ Meijs kent de hulpverleningswereld overzee van binnenuit. Het gebeurt niet vaak dat hij zo lovend is over de aanpak van hulpverlening. Maar dit project verdient het, vindt hij. Het Leger werkt midden in het territorium van drugsdealers in Bogota, de hoofdstad. Medewerkers kennen het gebied en weten dat hier wordt verhandeld en gebruikt. Dat tekent volgens de consultant de aanpak van het Leger des Heils. “Kerken zitten direct in de slums, ze weten hoe de mensen leven en werken. Daarin onderscheiden ze zich van andere hulporganisaties.” Kinderen lijden onder het geweld en presteren slecht op school. Bovendien dreigen ze in handen te vallen van drugsdealers. De ouders maken lange dagen om het gezin te onderhouden. Zij kunnen niet voldoende sturing geven. ‘Wat kinderen nodig hebben is aandacht en toezicht.” Het Leger des Heils ruimde de kerkruimte leeg en richtte die in als jeugdcentrum. Daarmee lijkt het project in Colombia nog het meest op een buitenschoolse opvang. ‘Kinderen krijgen les in creatieve vakken, er zijn bijles leraren en er wordt veel gepraat met een psycholoog en een maatschappelijk werker.”
Niet gratis
De aanpak werkt. “Leraren vertelden me dat alle kinderen op school vooruit zijn gegaan. Sommigen zelfs van onhandelbaar naar de beste van de klas. Het welzijn van de kinderen staat centraal, gelovig of ongelovig.” Natúúrlijk zijn er ook verbeterpunten, zelfs al geeft Meijs een hoog cijfer. Zo krijgen alle kinderen een warme maaltijd. Maar vaak ontvangen ze op school óók al een warme snack. Of: ouders kunnen best een grotere bijdrage leveren. ‘Niet bijna gratis geven dus, zou ik zeggen. Anders worden kinderen afhankelijk van hulp. Ouders blijven verantwoordelijk.” Meijs sprak een jongen van zeventien. Na een aantal jaar op het centrum ging het goed met hem. “Hij hoefde er niet meer te zijn, zo zei hij dat letterlijk. Dat is het mooiste wat een hulpverlener kan bereiken. Dat de kinderen het weer zelf kunnen.”
Bron: overgenomen uit Kans Magazine van het Leger des Heils
