- Ik heb zelf Jeugdzorg gebeld, anders was ik weggelopen.
Ik heb zelf Jeugdzorg gebeld, anders was ik weggelopen.

Carola (17) mag als ze achttien is weg uit het jeugdhuis in Veendam. Haar levensverhaal is ook het verhaal van haar moeder, die in coma raakte en toen ze weer bijkwam niet meer dezelfde was. “Ik heb zelf Jeugdzorg gebeld.”
“Ik was negen jaar en we zaten op de bank Te land, ter zee en in de lucht te kijken. Dat deden we elke week. Mijn moeder voelde zich niet lekker en vroeg mijn grote broer om de vaatwasser uit te ruimen. Iets later wilde ze een emmer. Het overgeven hield niet op. Ik heb 112 gebeld. Mijn broer dacht dat het een griepje was. Maar ze had een acute complicatie door galstenen. Ik heb haar leven gered. Mijn moeder kwam na de operatie niet bij bewustzijn. Ze hadden haar lever geraakt. Ze ging het volgens de dokter alsnog niet halen. We trokken in bij een van haar zussen, die anderhalf jaar voor ons heeft gezorgd. Dat was een moeilijke tijd, we zaten in een boerderij in Veelerveen, een boerendorpje, ver van onze vrienden. Onze tante had nooit kinderen gewild, en zocht naar een pleeggezin voor ons. Na anderhalf jaar kwam mijn moeder totaal onverwacht uit coma. Ze kon niets zeggen, maar we waren zo blij: we zagen dat ze ons herkende. Het eerste wat ze een paar weken later schreef was: ‘Ik heb ruzie met een zuster gehad.’ En toen ze ging praten wisten we meteen: ze is veranderd.”
Tas
“Ze heeft nu de hersens van een klein kind. Vreselijk eigenwijs is ze en ze vergeet veel. Toch ben ik weer bij haar gaan wonen, in het appartement dat ze kreeg bij de 24-uurszorg. Dat ging een tijd best goed. Ik zorgde voor haar. En ik had tenminste weer een moeder, die met me meeleefde. Als het uitging met een vriendje zei ze: ‘Er zijn meer jongens in de wereld’. Zoals moeders horen te zeggen. Ze is gehandicapt, maar ze doet moeite voor me. Jammer genoeg heeft ze een man ontmoet die ook verstandelijk gehandicapt is. Na onze eerste ruzie zei hij: ‘Ik zorg dat je in een pleeggezin komt.’ Ik heb zelf Jeugdzorg gebeld. Anders was ik weggelopen, mijn tas stond al klaar. Een paar maanden later zat ik hier, in Veendam in het jeugdhuis van het Leger des Heils.”
Bioscoop
“Ik ben een positief meisje, ik ga door en hou vol. Misschien komt dat doordat ik zulke slechte voorbeelden heb gehad. Mijn vader was alcoholist en liep bij ons weg; mijn broer raakte door alle ellende aan de drugs. Ik heb een enorme hekel gekregen aan mensen die onder invloed zijn, de controle kwijtraken. Mijn moeder was een zorgzame moeder, lief, vrolijk, we mochten veel. Daar ben ik haar dankbaar voor en dat zal altijd zo blijven. We spreken elkaar elke dag. We shoppen samen, gaan naar de bioscoop en naar het zwembad. Er is tussen ons niets kapot gegaan. Hoogstens zeg ik wel eens: nu even een maandje niet. Ook mijn broer spreek ik gelukkig nog dagelijks, meestal via msn. Van de tijd voor haar ziekte herinner ik me weinig. Ik heb toen ik verhuisde ook niets bewaard. Ik was een doodgewoon meisje, dat liedjes zong en op straat speelde. Daaraan denken is te pijnlijk voor mij. Geluk is gewoon thuis zijn in een normaal gezin. Dat is ook het enige waar ik van droom, voor als ik hier weg ben. Een goede secretaresse worden, trouwen, en ’s avonds lekker op de bank voor de tv.”
Carola zong op de Majoor Bosshardt Dinner Show een zelfgeschreven lied, dat ze aan haar moeder opdroeg.
