- ‘Ik ben niet het prinsesje dat je denkt te zien’
‘Ik ben niet het prinsesje dat je denkt te zien’

Kim Kötter (1982), ex-miss, presentator bij RTL4 en eigenaar van Miss Nederland, deed een jaar geleden mee aan het televisieprogramma Stinkend Rijk en Dakloos, waarin bekende Nederlanders een week op straat leven. Die ervaring liet haar niet meer los.
Intiem
“Aan het einde van die week op straat was ik he-le-maal leeg. Ik heb mijn familie en vrienden in één keer het verhaal verteld. Daarna wilde ik een tijd niemand meer spreken of zien. Ik heb mijn telefoon – waar ik aan verslaafd was – een week niet aangeraakt. Ik kon er niet tegen dat iedereen tegen mij zei hoe knap het van me was. Knap? Van míj? Een weekje op straat leven?
Het zwaarste van het daklozenleven is het genegeerd worden. Toen ik in een park met een kind zat te praten, kwam de vader haar snel bij me weghalen. Dat is een van de ergste dingen die ik in mijn leven heb meegemaakt. Dat blijft me bij. Er is heus een hoop geregeld voor daklozen, je hoeft niet dood te gaan op straat. Maar als niemand je meer ziet staan, raak je je menselijkheid kwijt.
Ineens begreep of begrijp? ik daklozen een stuk beter. Dat ze me wilden aanraken, hun verhaal vertellen. Mag ik je zachte handen even voelen, of je wang? Nou, daar heb ik geen problemen mee. Kom maar op. En eerlijk gezegd kon ik zelf ook wel een knuffel gebruiken. Ik ben veranderd. Mijn week op straat heeft me ervoor behoed dat ik die kortzichtige miss werd die veel mensen denken dat ik ben. Ik was misschien de laatste tijd wel erg met mezelf bezig. Ik ben veel in het buitenland, zat bijvoorbeeld met wereldsterren als Usher te eten. Dat ga je dan normaal vinden. Mijn vader is ondernemer, had een aantal meubelwinkels. Met succes: hij kon op zijn 35e met pensioen. Geluk is iets is dat je afdwingt, zegt hij. Ik vind dat ook. Maar als je dakloos bent is het ontzettend moeilijk weer een gewoon mens te worden. Voor sommigen is die weg zo lang, dat ik begrijp dat ze er niet eens aan beginnen. Die mensen wil ik graag helpen.”
Idealen
“Maar ja, wat dóe je? Ik ben gewend om hard te werken. Ik heb overdag mijn bedrijf, ’s avonds mijn televisiewerk en geef tussendoor samen met topkapper Maikel Assink les op het ROC. Getalenteerde kappersleerlingen die eigenaar willen worden van een succesvolle salon in plaats van er alleen maar te gaan werken, leren we hoe je dat doet. Het moet zoiets worden als de Kas Spijkers Academie of de Willem Nijholt Academie.
Sinds mijn straatervaring kijk ik kritischer. We zijn gewend om te kiezen uit mensen van het hoogste niveau, maar is dat wel eerlijk? Er zou iemand kunnen zijn met enorm talent, die niet goed kan rekenen. Zo iemand komt nu niet bij ons en gooit er misschien wel het bijltje bij neer. Zulke mensen wil ik nu ook bereiken, een kans geven, omdat ik weet dat het soms kleine, domme dingen zijn waardoor je niet komt waar je wezen wilt.
Sonja, de buddy aan wie ik gekoppeld werd voor Stinkend Rijk en Dakloos, spreek ik nog wekelijks. Het gaat goed met haar. Ze heeft nu een eigen huisje en volgt een opleiding tot maatschappelijk werker, om andere daklozen en verslaafden te helpen. Ze is bij mij in Hengelo geweest, heeft natuurlijk een make-over gehad en mooie kleren van al mijn familie en vrienden. Dat klinkt misschien onbenullig, maar het was een wereld van verschil voor haar. Eindelijk zeiden mensen ‘u’ tegen haar, zagen haar staan.”
Inspiratie
“Ik ben een Kötter en daar ben ik trots op. Of ik met die naam gepest ben? Dat is echt een vraag voor iemand uit het Westen. Albert van der Linden Verlinden dacht dat ook. Maar je moet bedenken dat wij bijna Duits praten hier. Wij vormen als familie een front. Ik woonde met veel neven en nichten in één huizenblok in het dorp. We zaten bij elkaar in de klas. Als je je niet gedroeg zoals het hoorde, was er altijd wel een ouder familielid dat zei: je bent een Kötter, gedraag je ook zo. Een van de belangrijkste regels was dat je ‘hallo’ zegt tegen iedereen die je tegenkomt op straat. Ik ben ermee opgegroeid dat alle mensen gelijk zijn en dat je elkaar helpt. Noaberschap.
Ik ben niet het prinsesje dat je denkt te zien. Als kind was ik one of the boys. Altijd buiten op het land hutten bouwen. Ik was ook altijd al een kind dat alles goed wilde doen. Studeren voor de beste resultaten, niet omdat het gewoon leuk is. In de brugklas was ik zo faalangstig dat ik geen spreekbeurt durfde te geven. Mijn vader vond dat vreselijk, dat hoorde niet bij een Kötter. Inmiddels ben ik net als hij. Ik wil graag wat dóen, als dat kan. Hoe hopeloos het soms ook lijkt. Ik ben bezig met twee projecten – ik kan helaas nog niet zeggen welke – om meer te betekenen voor daklozen. Bijvoorbeeld door middel van training, zodat we ze met concrete dingen kunnen helpen om weer mee te draaien in de maatschappij.”
